Nationaal Rampenfonds

Ons doel

Het Nationaal Rampenfonds (NRF) is opgericht in 1935 en kan binnen het Koninkrijk der Nederlanden in actie komen als zich een ramp voordoet die door het bestuur van het NRF als 'nationale ramp' wordt gekwalificeerd, na afstemming met de overheid. Of het bestuur een actie start, hangt mede af van de aard en omvang van de ramp. Anders dan in de begintijd van het NRF neemt de overheid tegenwoordig veelal een grote verantwoordelijkheid bij omvangrijke rampen. Persoonlijke schade is tegenwoordig op veel ruimere schaal door verzekeringen gedekt. Het NRF komt tot een passende afbakening van activiteiten, in geval het besluit een actieve rol te spelen.

In geval van een nationale ramp kan het NRF geld inzamelen en bijdragen verlenen aan organisaties die zich bezighouden met hulpverlening aan slachtoffers. Het bestuur van het NRF kan in zo'n geval een beoordelingscommissie instellen. Deze commissie beoordeelt de aanvragen om een bijdrage en adviseert het bestuur inzake toewijzingen.  Het NRF verleent sinds 2015 geen bijdragen meer aan individuele slachtoffers van rampen. De laatst keer dat het NRF uitkeringen aan individuen heeft gedaan betrof de slachtoffers van de Vuurwerkramp in Enschede in 2000.

In het NRF nemen het Cordaid, Kerk in Actie en Het Oranje Kruis deel. Het NRF is opgenomen op de lijst van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) van de belastingdienst.

Wat waren de laatste keren dat het Nationaal Rampenfonds actief is geweest?

Bij de Orkaan Irma (november 2017), die de bovenwindse eilanden Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius heeft getroffen, heeft het fonds 2 miljoen euro uit eigen middelen beschikbaar gesteld voor wederopbouwprojecten op het gebied van de bevordering van sociale cohesie.

Bij de vuurwerkramp in Enschede (mei 2000) is uit een inzamelingsactie en door een aanzienlijke bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een kleine € 35 miljoen beschikbaar gekomen voor uitkering aan slachtoffers en nabestaanden. De feitelijke uitvoering van de schadevergoedingsregelingen lag in handen van de Stichting Uitvoeringsorganisatie Personenschade Vuurwerkramp Enschede (UPV).

Bij de Watersnoodramp in 1995 heeft het NRF d.m.v. een fondsenwervingsactie meer dan 80 miljoen gulden opgehaald en uitgekeerd aan particuliere getroffenen. De feitelijke uitvoering van de schadevergoedingsregelingen lag toen in handen van de Stichting Watersnood Particulieren 1995 (SWP95)

Hoe komt het Nationaal Rampenfonds aan geld?

Het vermogen van de stichting wordt gevormd door giften, erfstellingen en legaten en inkomsten uit het vermogen van de stichting.

Hoe kan een aanvraag worden ingediend bij het Nationaal Rampenfonds?

Als er aanvragen ingediend kunnen worden, dan zal de informatie daarover beschikbaar zijn op de website van het Nationaal Rampenfonds. Aanvragen kunnen worden ingediend door belangenorganisaties, niet door individuele personen. Het bestuur stelt afhankelijk van aard ramp, categorieën getroffenen, aard schade, andere voorzieningen voor getroffenen, criteria op voor uitkering en aanvragen. De ad hoc in te stellen beoordelingscommissie adviseert het bestuur over de ingediende aanvragen van de belangenorganisaties.

Hoe is het Nationaal Rampenfonds tot stand gekomen?

Op 10 augustus 1925 werd Borculo getroffen door een stormramp. Om het overschot aan ingezamelde gelden voor andere natuurrampen te kunnen aanwenden is in 1935 de stichting Het Nationaal Rampenfonds (NRF) opgericht op instigatie van de minister van binnenlandse zaken door vier grote hulpverleningsorganisaties: Het Nederlandse Rode Kruis, Het Oranje Kruis, Het Nederlandsch Rooms Katholiek Huisvestingscomité en het
"Watersnoodcomité".

Oorspronkelijke doelstelling was : “door het bijeenbrengen van gelden mede te werken tot het leenigen van den nooden, veroorzaakt door natuurrampen, welke de bevolking van eenig deel van het Koninkrijk der Nederlanden treffen". De vier organisaties werden ‘deelnemers’ van de stichting, leverden elk twee bestuursleden en hadden tot taak het vermogen van het fonds te beheren, als er sprake was van een (grote) natuurramp nieuwe fondsen te werven en via hun eigen organisaties de gelden ‘ter leeniging’ uit te keren of zelf aan te wenden. Het bestuur werd voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter, het Nederlandse Rode Kruis leverde de secretaris en het Oranje Kruis de penningmeester.